Belastingaangifte gedaan en valt het tegen? Kijk vooruit in plaats van terug
Heb je je belastingaangifte ingevuld en viel de uitkomst tegen? Dan ben je niet de enige. Misschien rekende je op een mooie teruggave, maar kreeg je minder terug dan verwacht. Of je moet juist bijbetalen. Dat voelt vaak als een tegenvaller. Toch kan dit moment je ook iets waardevols laten zien: waar je voor volgend jaar nog kunt bijsturen. De Belastingdienst geeft aan dat je nu aangifte doet over het vorige belastingjaar, en juist daardoor is vooruitkijken vaak slimmer dan achteraf balen.
De aangifte die je nu doet, gaat over het afgelopen jaar. Als alles klopt, kun je daar meestal niet veel meer aan veranderen. Maar voor het nieuwe jaar kun je vaak nog wel slimme keuzes maken. En juist daar zit de winst.
Een tegenvallende aangifte betekent niet automatisch dat je iets verkeerd hebt gedaan. Vaak verandert er in een jaar meer dan je denkt.
Misschien is je inkomen gestegen. Dat is natuurlijk positief. Tegelijk betekent een hoger inkomen vaak ook dat bepaalde heffingskortingen lager uitvallen. Daardoor houd je netto soms minder over dan je vooraf verwachtte. Ook dat kan de uitkomst van je aangifte beïnvloeden.
Daarnaast speelt box 3 voor steeds meer mensen mee. Heb je spaargeld of beleggingen boven de vrijstelling? Dan betaal je belasting over je vermogen volgens de regels van box 3. Veel mensen merken pas bij de aangifte wat dat in de praktijk betekent.
De vraag is dus niet alleen: wat had ik anders moeten doen?
De betere vraag is: wat kan ik nu doen om volgend jaar minder verrassingen te hebben?
Heb je een pensioentekort? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van je jaarruimte. Dat is het bedrag dat je fiscaal voordelig mag inleggen voor aanvullend pensioen, bijvoorbeeld op een lijfrenterekening of pensioenrekening. Die inleg kan aftrekbaar zijn in box 1. Wil je eerst beter begrijpen hoe jaarruimte werkt? In onze blog over jaarruimte benutten, hoe werkt het lees je stap voor stap hoe dit werkt. Let op: deze blog komt uit 2025, de bedragen kunnen inmiddels anders zijn, maar de uitleg werkt nog steeds op dezelfde manier.
Stel: Sandra is alleenstaand, heeft een bruto jaarinkomen van € 62.000 en op de peildatum in totaal € 66.000 aan spaargeld en beleggingen. Ze zit daarmee nét boven het heffingsvrije vermogen. Sandra heeft daarnaast jaarruimte en besluit € 6.500 in te leggen op een lijfrenterekening.
Die ene stap kan dan meerdere dingen tegelijk doen. Haar belastbaar inkomen in box 1 gaat omlaag, omdat die inleg aftrekbaar kan zijn als zij voldoende jaarruimte heeft. Tegelijk daalt haar vermogen in box 3 van € 66.000 naar € 59.500. Daarmee komt ze dus ineens onder de vrijstellingsgrens uit.
Valt Sandra voor haar inkomstenbelasting in een tarief van rond de eerste schijf, dan kan zo’n inleg haar al snel ongeveer € 2.400 belastingvoordeel in box 1 opleveren. En ondertussen verschuift een deel van haar spaargeld naar pensioen voor later. Het precieze voordeel hangt af van haar inkomen, jaarruimte en totale situatie, maar dit laat wel goed zien waarom zo’n keuze voor sommige mensen veel effect kan hebben.
Een storting in een lijfrente kan dus op meerdere manieren effect hebben.
Als je voldoende jaarruimte hebt, mag je je inleg aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting. Daardoor daalt je belastbaar inkomen in box 1. In de praktijk betekent dat vaak dat je minder belasting betaalt.
Je inkomen speelt ook mee bij verschillende toeslagen. Door je inkomen te verlagen via pensioensparen kan dat dus invloed hebben op wat je ontvangt. Dat verschilt per situatie, maar het is wel slim om dit mee te nemen in je berekening.
Geld dat je inlegt in een lijfrente valt niet meer in box 3. Daardoor kan je vermogen in box 3 dalen. Zeker als je rond de vrijstelling zit, kan dat interessant zijn. Je bouwt dan pensioen op voor later en verlaagt mogelijk tegelijk je belastingdruk op vermogen.
Een lijfrente is geen gewone spaarrekening. Het geld staat vast voor je pensioen. Je bouwt dus gericht vermogen op voor later en kunt het niet zomaar tussentijds opnemen. Juist dat maakt het voor veel mensen ook een manier om structureel te werken aan hun financiële toekomst.
Wachten tot je weer aangifte doet, is eigenlijk te laat. Juist nu je ziet wat de uitkomst is, kun je vooruitkijken.
Denk bijvoorbeeld aan:
Dat zijn vaak de knoppen waar je nog wél aan kunt draaien. Zo voorkom je dat je volgend jaar opnieuw schrikt van de uitkomst. De Belastingdienst biedt hiervoor ook hulpmiddelen rond voorlopige aanslagen en jaarruimte, en Financieel Fit heeft hierover al een verdiepende blog staan.
Wil je weten hoeveel jaarruimte jij hebt en wat het effect kan zijn op jouw belasting en box 3? Ga dan in gesprek met een financieel adviseur van Financieel Fit. Samen kijk je wat past bij jouw situatie, zodat je volgend jaar beter voorbereid bent.
Het helpt om nu al te kijken naar je voorlopige aanslag, je vermogen in box 3 en de vraag of jaarruimte of reserveringsruimte benutten slim is. Zo stuur je vooruit, in plaats van achteraf te corrigeren.
Dat is vooral interessant als je een pensioentekort hebt en jaarruimte kunt benutten. De inleg kan dan aftrekbaar zijn in box 1 en tegelijk je box 3-vermogen verlagen.